Traditioneel bouwen...

De meeste woningen zijn door timmerlieden en metselaars op "traditionele" wijze gebouwd. Van materialen als metselwerk, beton en dakpannen. Op een stevige, al dan niet onderheide fundering. In geval van een aanbouw, is het logisch deze op dezelfde wijze te bouwen als de oorspronkelijke woning. Alles vormt esthetisch, bouwtechnisch en functioneel één geheel. Ook behoudt uw woning zijn waarde. Extra woonoppervlak verhoogt deze in de meeste gevallen zelfs. 

Traditioneel bouwen is het meest flexibel. Zo bouwt de aannemer niet alleen uw aanbouw, maar legt ook een andere vloer, renoveert keuken en badkamer, of past de dorpels aan. Zelfs tijdens de bouw kunnen nog zaken veranderd worden, al is dat (vanwege de meerkosten) af te raden. De ontwerp vrijheid is in principe onbeperkt. Zo zijn schuine of ronde oplossingen mogelijk. Of ontwerpen die deels binnen bestaande constructies vallen. Voor elke kavelvorm en elke architectuur is er een passende oplossing. Een vakbekwame aannemer staat garant voor een goede kwaliteit. Mits deze werkt vanuit een deskundig opgesteld bouwplan en tekeningen.
Reserveer voldoende tijd voor een goede voorbereiding. Daaronder valt ook het ontwerp en de technische uitwerking. Houd rekening met de tijd voor de vergunning- of bestemmingsplan procedure.

...of een prefab zorgunit?

Vooral bij snel progressieve aandoeningen, zoals ALS, is er vaak onvoldoende tijd om een "stenen" aanbouw voor te bereiden. Een verplaatsbare zorgunit kan dan een goede en snelle oplossing zijn. Dergelijke units worden in een fabriek opgebouwd. Ze voldoen, net als traditionele bouw, aan alle in het Bouwbesluit gestelde eisen. Vaak worden industriële materialen en afwerkingen gebruikt, (bv. kunststofafwerking ipv. badkamertegels). Aanpassingen in maatvoering en vorm zijn zeer beperkt mogelijk. De fundering kan (meestal) licht blijven. Soms is heien noodzakelijk. Nadeel is de bij lichte constructies behorende, geringe warmte-accumulatie. Op zonnige dagen kan vanwege de warmte dus extra koeling nodig zijn.
Meestal geldt voor een unit een "tijdelijke" vergunning van zo'n 5 jaar, die nog eenzelfde periode verlengd kan worden. Zo'n bouwaanvraag kan sneller verlopen. Na vergunningverlening kan binnen korte tijd de unit kant-en-klaar geplaatst en aangesloten staan. Het bovenstaande maakt units minder geschikt voor langdurige zorgsituaties, zoals bij kinderen of traag verlopende aandoeningen. Vaak zijn er, naast koop, ook huur- of leaseconstructies mogelijk. Dit is gunstig bij hergebruik. Meestal treedt in zo'n situatie een gemeente of wooncorporatie op als opdrachtgever. Veel units staan opgesteld bij huurwoningen. In Wmo-situaties is ook (de financiering van) het weghalen en aanpassen in de oude staat van belang. De meeste leveranciers bieden de optie voor opslag en terugkoop van (tijdelijk) overbodige units, al valt de prijs vaak tegen.
Units zijn in het algemeen iets goedkoper dan een traditioneel gebouw van dezelfde omvang. Een unit voegt echter geen blijvende meerwaarde toe aan een woning. Wel is er (na verwijdering en woningherstel) een zekere restwaarde. De winst van een unit zit vooral in situaties waar hergebruik aan de orde is.
Een unit kan de uitstraling van een caravan hebben, maar ook lijken op een massief stenen aanbouw. In theorie kunnen door aanpassing van het uiterlijk allerlei Welstands- (en emotionele) bezwaren weggenomen worden. Luxere afwerkingen maken de unit zwaarder en duurder. Daarmee vervalt veelal een eventueel kostenvoordeel ten opzichte van traditioneel bouwen.

Inpandig aanpassen... 

Veel Nederlandse woningen zijn juist groot genoeg voor een "normaal" gezin. Heeft u of uw kind zorgvoorzieningen nodig die veel ruimte vragen, is die zelden onder het bestaande dak te vinden. Is er een garage, hobbykamer of praktijkruimte aanwezig, dan maakt dat de zaken eenvoudiger. Door het verplaatsen van functies kunnen deze ruimten vaak geschikt gemaakt worden voor woonzorgdoeleinden. Een kinderkamer kan bijvoorbeeld naar zolder, of de fietsen en tuinspullen uit de garage naar een tuinberging. Houd er rekening mee, dat garages vaak onvoldoende geïsoleerd of te laag zijn. Of dat een bestemmingsplanwijziging nodig kan zijn. 

Groot voordeel bij inpandig (ver)bouwen is, dat de buitenruimte (tuin) meestal intact kan blijven. Verder zijn de procedures (en de kosten) veelal beperkter dan bij aanbouwen. Nadeel is dat het gehele huis op de schop gaat, en u tijdens de verbouwing dus meestal elders onderdak moet vinden.
In situaties met een lift, is vrijwel altijd tevens een herindeling van deze verdieping noodzakelijk. Dit kan soms door bestaande ruimtes op te offeren. Met de vrijkomende oppervlakte kunnen andere kamers voldoende ruim voor zorgverlening gemaakt worden.

...of buiten aanbouwen?

Als de ruimte beschikbaar is (of verworven kan worden) kunnen de benodigde meters bijgebouwd worden. Alles op de begane grond is praktischer, en vergroot de zelfstandigheid van de zorgvrager. Tijdens de bouw blijft de rommel grotendeels buitenshuis, zodat tijdelijk verhuizen niet altijd nodig is. Wel levert u met een aanbouw in op buiten (tuin)ruimte. De kosten zijn weliswaar hoger dan bij inpandige oplossingen, er staat meestal een waardevermeerdering van uw bezit tegenover. Er gaat tijd en energie heen met het ontwikkelen van een geschikt bouwplan (denk daar niet te lichtvaardig over!). Mits goed voorbereid, vallen vergunningprocedures doorgaans mee. Zo kunnen veel aanbouwen tegenwoordig "vergunningvrij" gebouwd worden (al wil de gemeente meestal wel tekeningen zien). Bij bestemmingsplanwijziging is een gemeente (in geval van zorgsituaties) vaak bereid tot medewerking.

Bestaande woning (of bouwproject)...

Uzelf (en de Wmo) beoordelen een bestaande woning woning vanuit de feitelijk aanwezige situatie op bruikbaarheid, woonmogelijkheden en aanpaskosten. Het maakt niet uit of u de woning al bewoont, dan wel deze voor uw toekomst op het oog heeft. De eigenschappen van de woning, zoals oppervlak, indeling, ligging, zorgmogelijkheden en architectuur liggen vast. Op grond van deze eisen bepalen zowel u als de Wmo een standpunt.
Woont u al in de betreffende woning en wilt u niet verhuizen, dan heeft u weinig middelen om de aanpasmogelijkheden (en de kosten) te beïnvloeden. Anders dan te kiezen voor eenvoudiger oplossingen. Wilt u wel verhuizen, dan heeft u meer speelruimte om een geschikte woning te zoeken.
Veel van het bovenstaande gaat ook op voor een nog te bouwen woning. Tenminste wanneer u geen invloed op het ontwerp heeft, zoals bij seriematige projectbouw. Het ontwerp ligt daar al vast en de vergunningen zijn afgegeven. Op ondergeschikte onderdelen kunt u kiezen uit diverse geprijsde "meerwerkopties". Een complexe woningaanpassing valt daar zelden onder. Deze wordt vrijwel altijd apart ontworpen, aangevraagd en begroot. Vaak dient u al een contract te tekenen, vóór deze kosten bekend zijn. Deze liggen doorgaans net zo hoog als bij een verbouwing achteraf, ook al zijn de feitelijke bouwkosten lager. De ontwikkelaar heeft binnen zijn bouwproject immers geen prijsconcurrentie te duchten.

...of nieuw (op kavel) bouwen?

Als u grond beschikbaar heeft kunt u volgens eigen ontwerp bouwen. Alles beganegronds, met een lift naar boven, of beneden de kelder in. Maximale ontwerpvrijheid, zover als uw budget en het bestemmingsplan reiken. Die vrijheid vraagt echter ook een grote verantwoordelijkheid. U kunt immers niet terugvallen op een bestaande indeling of ontwerp, als "kapstok" voor uw beslissingen. 

Heeft uw ontwerper voldoende kennis van, en affiniteit met, complexe zorg in huis? Valt het straks tegen, als nu verkeerd wordt gekozen? Het tijdig raadplegen van een geschikte ontwerper is bij zelf bouwen dus nog belangrijker dan in andere situaties. En veel goedkoper dan achteraf aanpassen....
Bepaalde bedrijven bieden u de mogelijkheid, om uw favoriete huis te kiezen uit hun catalogus met standaardontwerpen. Er zijn allerlei extra's en uitbreidingen mogelijk, waarvan de prijs vastligt. Voordeel is, dat u snel weet wat uw basisontwerp kost. Uw positie is in deze situatie minder vrij dan bij bouwen met een "eigen" architekt, maar u heeft meer inspraak dan bij seriematige projectbouw. Nadeel is, dat ook hier de zorgaanpassingen altijd apart ontworpen en berekend moeten worden. De meeste slaap- en badkamers zijn bijvoorbeeld te klein voor verantwoorde zorg. Net als bij projectbouw moet u soms al een bouwovereenkomst tekenen, vóór de definitieve, (vaak hoge) meerkosten bekend zijn.
Let verder op, dat veel gemeenten er van uitgaan, dat bouwen volgens een eigen, aangepast ontwerp "geen meerkosten" met zich mee zou brengen. Vanuit de Wmo is de bijdrage dan beperkt. De bouwkundige meerkosten blijven voor u zelf. Hoewel een goed ontwerp inderdaad bouwkosten kan besparen, is dit Wmo-standpunt aanvechtbaar.